Home
Nieuws
Parochieberichten
Pastoor Buyens
De vier Parochies
Patroonheiligen
Heilige Missen
Dopen
Informatie
Vormsel
Huwelijk
Jubilea
Uitvaart
Boete & verzoening
Ziek zijn
Tarieven
Links
Contactinformatie
Privacy

Pastorale Eenheid Bergeijk

U bent bezoeker 187148.

In 2012 zijn in onze parochies gedoopt: 29 jan: Saar Schippers * 29 jan: Joris Wijns * 28 jan: Marie Sleddens * 15 jan: Nikki Kox * 15 jan: Liana Pas * 29 jan: Saar Schippers * 29 jan: Joris Wijns * 28 jan: Marie Sleddens * 15 jan: Nikki Kox * 15 jan: Liana Pas *

Logo Pastorale Eenheid Bergeijk

Communie (Catechese over de Eucharistie)

De Heilige Mis, de Eucharistie is het belangrijkste sacrament. In de andere sacramenten ontvangen wij de vruchten van de heilsdaad van Jezus Christus, maar in de eucharistie ontvangen we Hem zelf, de bron van ons heil. De Eucharistie wordt gevierd in de vorm van een maaltijd. De Joden kenden het paasmaal. Om de uittocht uit Egypte te gedenken en te vieren hielden ze elk jaar het paasmaal en aten ze het Paaslam. Zo vierden ze hun bevrijding uit de slavernij van de Farao. Het bloed van het lam deed hen denken aan het bloed op de deurposten van de Joden in Egypte waardoor ze gered werden; maar het verwijst ook naar het bloed waarmee Mozes het volk besprenkelde bij het sluiten van het eerste verbond.

Heel vaak lezen we in het evangelie dat Jezus maaltijd hield met zijn leerlingen of met andere mensen. Zo'n maaltijd was dikwijls een teken van verzoening en van eenheid, vooral van tollenaars en zondaars (bv. Mat. 9,10) Als Jezus een beeld gebruikt om te spreken over de eindtijd, dan heeft Hij het over een bruiloftsmaaltijd (bv. Mat, 22,1-14). Maaltijd houden is een teken van de aanbrekende heilstijd en van de nieuwe gemeenschap met God en medemensen. Het laatste avondmaal, aan de vooravond van zijn lijden en dood, had een bijzonder karakter. In het breken van het brood en de woorden die Jezus daarbij sprak, greep Hij vooruit op zijn zelfgave in zijn door "voor de velen". Tegelijk toonde Hij waar die zelfgave heen zou leiden: naar het Rijk Gods en de verrijzenis. De dag erna zou Jezus die weg gaan: van dood naar verrijzenis.

Als Jezus na zijn verrijzenis aan de leerlingen verschijnt, houdt hij opnieuw maaltijd. Juist bij het breken van het brood herkennen de leerlingen van Emmaus Hem (Lucas 24,13-35). Trouw aan de opdracht van de Heer: "Blijft dit doen om Mij te gedenken", komen de christenen samen "op de eerste dag van de week" (Handelingen 20,7; 1 Kor. 16,2) om maaltijd te houden tot gedachtenis van de Heer. Tot op vandaag komen gelovigen samen om Eucharistie te vieren: om dank te zeggen voor de wonderdaden van de Heer. De deelname aan de Eucharistie op zaterdagavond of zondag is de belangrijkste uitdrukking van het geloofsleven in een christelijke gemeenschap. De Eucharistie maakt de gelovige gemeenschap. Daarom vraagt de kerk dat alle gelovigen elke week eraan deelnemen. Ook de Eucharistie op een weekdag is van groot belang voor de geloofsgemeenschap. Iedere Eucharistie is immers de gedachtenis van Pasen, een teken van hoop, een voorsmaak van de hemelse liturgie, een deelname aan het eeuwig leven. In de Eucharistie wordt openbaar wat de wereld zal zijn, als God alles in alles zal zijn.(vgl. 1 Kor. 15,28)

Een woord over de Eucharistie

Iedere Eucharistieviering begint met een kruisteken. Meer dan ooit zal alles wat hier geschiedt, gebeuren "In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest". Dan begroet de priester de gelovigen, hierin is al duidelijk: de Heer komt te midden van de gelovige gemeenschap aanwezig. Opdat wij als gelovige gemeenschap de Heer in ons midden zouden kunnen ontvangen, is het niet enkel belangrijk dat we echt een gemeenschap vormen door in groep te zitten, door samen te zingen en te offeren, maar nog veel meer door verdeeldheid en zonde te vermijden. Dat is de eerste vraag van de gemeenschap aan God: Heer, ontferm U over ons, vergeef ons onze zonden.

Dan volgt het openingsgebed. De Eucharistie bestaat uit een Woorddienst en een Eucharistische dienst. In de Woorddienst spreekt de Heer ons aan. We luisteren naar de lezingen uit de Heilige Schrift. Na de lezingen is er een homilie, een preek door de priester. Daarna spreken we ons geloof uit in de geloofsbelijdenis. Als afsluiting van de dienst van het woord, komen de voorbeden. Ze vormen een soort litanie, waarin we God bidden voor de noden van de gelovige gemeenschap, de wereld en van onszelf.

De Eucharistische dienst begint met de bereiding van de gaven, men plaats brood en wijn op het altaar. In het gebed over de gaven bidden we dat de Heer uit onze handen de gaven zou aanvaarden, dat Hij ze zou voltooien tot het Lichaam en Bloed van Christus en dat Hij ook onszelf zou voltooien tot een levende offergave, die Hem welgevallig is. Dan begint het Eucharistisch gebed.

Krachtens het zegengebed dat de priester uitspreekt, zal Hij nu werkelijk aanwezig komen in de gestalten van brood en wijn. Het eucharistisch gebed is een uitbreiding van de tafelzegen van de Heer op het laatste avondmaal. De priester spreekt het uit namens Christus, die zelf handelt in de Eucharistie, die zich aan de Vader aanbiedt en zich aan ons schenkt. Het eerste deel van het eucharistisch gebed heet prefatie. Het is een lofgebed om de grote daden van God: schepping en verlossing. Zoals in het hele eucharistisch gebed wordt God de Vader aangesproken. De prefatie wordt afgesloten met het Heilig, heilig, heilig. Dan strekt de priester de handen uit over de gaven van brood en wijn. Hij bidt dat de heilige Geest deze gaven zou voltooien tot het Lichaam en Bloed van Christus.

Te midden van het eucharistisch gebed komt het instellingsverhaal. Dit zijn de woorden van de consecratie: "Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Neemt deze beker en drinkt hier allen uit wat dit is de beker van het nieuwe altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken."De woorden "Dit is mijn lichaam" en "Dit is mijn bloed" betekenen zonder meer: "Dit ben Ik, Christus zelf, geheel gegeven aan u". De Kerk heeft de eeuwen door steeds vastgehouden aan de onverkorte bevestiging van de werkelijke aanwezigheid van de Heer. Zij bevestigt tot op vandaag dat brood en wijn door de werking van de heilige Geest werkelijk en wezenlijk veranderd zijn in het lichaam en bloed van Christus alhoewel we met onze zintuigen brood en wijn blijven zien. Het lichaam van Christus is "voor ons gegeven" en zijn bloed is "voor ons vergoten tot vergeving van de zonden". De Eucharistie is gedachtenisviering.

Gedenken is hier niet de herinnering aan een Afwezige. Het is de viering van een Aanwezige: de Heer is aanwezig, werkelijk en daadwerkelijk. De aanwezigheid van Christus is niet enkel de aanwezigheid van zijn persoon, maar ook van zijn heilswerk. Het heilswerk van de Heer is zijn kruisoffer: Hij heeft zijn leven gegeven voor de verlossing van de wereld. Op het kruis heeft Hij zichzelf als "offergave en slachtoffer" (Ef. 5,2) aangeboden aan de Vader: wegschenkende liefde, graankorrelliefde. Hij heeft zijn leven gegeven voor anderen. De Eucharistie is dus ook offer. Het unieke, eenmalige offer van Christus op het Kruis wordt in de Eucharistie sacramenteel aanwezig gesteld.

Er is nog meer. Ook de uitkomst van het heilswerk van Christus wordt aanwezig gesteld: de verrijzenis van Christus. Want Christus werd door de Vader hoog verheven en gered uit de dood. Hij leeft tot op vandaag. De Eucharistie is dus de gedachtenis metterdaad van het laatste avondmaal, van het kruisoffer en van de verrijzenis. Onmiddellijk na het "Blijft dit doen om Mij te gedenken", nodigt de priester de gemeenschap uit tot de acclamatie "Verkondigen wij het mysterie van het geloof". Meteen zegt hij nogmaals dat de aanwezigheid van de Heer een onvergelijkbare werkelijkheid is. De gemeenschap antwoordt: "Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt". Daarna bidt de priester verder tot de Vader. De kerk biedt door Christus in de Geest de offergave aan de Vader aan. Daarna volgt een tweede aanroeping van de Geest: dat de kerkgemeenschap door het offer van Christus een lichaam wordt, een levende offerande tot eer van God.

Naar het einde van het eucharistisch gebed komen de gebeden om voorspraak: voor de paus, de bisschoppen, de levenden en de overledenen. Vaak worden hierbij Maria en de heiligen aangeroepen: de grote gemeenschap van de Kerk. Zo mondt het eucharistisch gebed uit in een echt stuk "eucharistie": dankzeggende lofprijzing aan de drieene God: "Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in Eeuwigheid. Amen".

Het Onze Vader is in zekere zin de verlenging van het eucharistisch gebed. Heel de gemeenschap rond het altaar herneemt, met de woorden van Jezus zelf, de voornaamste dimensies van het eucharistisch gebed: de verheerlijking van de Vader (Uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw Wil geschiede) en de bede om dagelijks brood en onderlinge vergeving.Aansluitend volgt het gebed om vrede. De priester wenst de gelovigen de vrede van de Heer toe.Daarna volgt de broodbreking. Aan dit gebaar hebben de leerlingen van Emmaus de verrezen Heer herkend.

Tijdens de broodbreking wordt het Lam Gods gezongen of gebeden.De priester toon nu het Lichaam van Christus. Wij herhalen de woorden van de honderman (Mt. 8,8): "Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden".Dan ontvangen wij het lichaam en bloed van de verrezen Heer. Het is de meest innige vereniging met Christus: "Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem". (Joh. 6,56)Door die gemeenschap met Christus wordt het leven van de genade vermeerderd en groeien wij naar onsterfelijkheid: "Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag" (Joh.6,54).

De communie ontvangen vraagt een ernstig onderzoek van zichzelf en een zorgvuldige voorbereiding: "Wie op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren (1 Kor. 11,27)".Bijzonder belangrijk is hier de verzoening met de naaste (cf. Mt. 5,23-24). Want de communie met het eucharistisch Lichaam van Christus is meteen de communie met het kerkelijke lichaam van de Heer. De Eucharistie is 'teken van eenheid" en "band van liefde". De Eucharistie is "Jezus Christus, brood, gebroken voor een nieuwe wereld". Daarom vraagt de kerk dat zware zonden eerst worden gebiecht. Want de biecht is de verzoening met God en met de Kerk.

Na de Communie bidden wij een tijd in stilte. Op heel diepe wijze spreken wij met de Heer. Dan vat de priester ons gebed samen in het slotgebed. In dit gebed wordt dankgezegd om de deelnamen aan de Eucharistie. Er wordt ook verwezen naar de taak die ons wacht en tenslotte wordt een perspectief geopend op eeuwig leven. Tot slot kan de priester een kort zendingswoord spreken en daarop spreekt hij de zegen.