Home
Nieuws
Parochieberichten
Pastoor Buyens
De vier Parochies
Patroonheiligen
Heilige Missen
Dopen
Communie
Vormsel
Huwelijk
Jubilea
Informatie
Boekje
Boete & verzoening
Ziek zijn
Tarieven
Links
Contactinformatie
Privacy

Pastorale Eenheid Bergeijk

U bent bezoeker 187148.

In 2012 zijn in onze parochies gedoopt: 29 jan: Saar Schippers * 29 jan: Joris Wijns * 28 jan: Marie Sleddens * 15 jan: Nikki Kox * 15 jan: Liana Pas * 29 jan: Saar Schippers * 29 jan: Joris Wijns * 28 jan: Marie Sleddens * 15 jan: Nikki Kox * 15 jan: Liana Pas *

Logo Pastorale Eenheid Bergeijk

Uitvaart (Catechese over de uitvaart)

"Bij de dood van de mens wordt de ziel van het lichaam gescheiden.
Het lichaam wordt in gezegende aarde op het kerkhof ter aarde besteld. In de oudste tijden hebben de mensen hun doden begraven. Pas tegen het einde van het jongste stenen tijdperk, ongeveer 3000 voor Christus, kwam in Europa de lijkverbranding op. Maar in de laatste eeuwen voor Christus verdween die weer bijna geheel. Volgens het getuigenis van de Bijbel begroeven de Israelieten hun doden altijd eerbiedig, zoals het voorbeeld van Vader Tobias toont (Tob. 1,17 e.v., 2,4). Ook de eerste christenen begroeven hun doden. De moderne crematie werd ingevoerd in de Franse revolutie, waar in 1794 op het Champs de Mars in Parijs, de eerste lijkverbranding plaatsvond. Later hebben de vrijmetselaars de crematie bevorderd, om daardoor het geloof in de onsterfelijkheid bij de christenen te bestrijden. De crematie werd aanvankelijk door de Kerk verboden, omdat de bedoeling was een goddeloze propaganda te voeren tegen de leer van de opstanding van de lichamen. In de laatste 40 jaren is die houding veranderd. Op 6 juni 1964 heeft Rome ook aan katholieken toegestaan zich te laten cremeren. Begraven verdient evenwel de voorkeur. De begrafenis wijst op de verrijzenis: het lichaam wordt aan de aarde toevertrouwd als een zaadkorrel, die tot nieuw leven zal ontkiemen."
                (uit "Katholieke Catechismus", Anton Schraner, priester)

Het verlaten van de kerk tijdens het lied "in paradisum", mogen de engelen de overledene naar het paradijs begeleiden...
Voor velen volgt dan de tocht naar het kerkhof, waar het dode lichaam aan de aarde wordt toevertrouwd. Ter wille van de symboliek - de graankorrel sterft, dan komt er nieuw leven - is er onder christenen van oudsher een voorkeur voor deze wijze van begraven en laatste afscheid nemen. Sommige families kiezen voor de crematie en de katholieke Kerk heeft daar nu geen bezwaar bij. Ook hier kan een gebed van afscheid worden gezegd of een gelovig lied beluisterd. Wel drukt de Kerk dan een duidelijke voorkeur uit de as te bewaren, en bij te zetten in een urne en niet uit te strooien. Wil men toch voor uitstrooiing kiezen, dan gebeure die best op de strooiweide van dorp of gemeente waar nog familie woont of komt. Vele mensen hebben behoefte om ergens nog bij de overledene te kunnen komen en rouwen en onder christenen bestaat totale vergetelheid niet...
De christelijke uitvaart wil het geloof bevestigen. Wij zijn hier op aarde, mensen onderweg. Wij komen van God. Wij worden bij God thuis verwacht. Wij zijn bedevaarders, pelgrims. Op het graf plaatsen wij een kruis. Bij de naam van de gestorvene staat voortaan een kruisje geschreven. Hij is gestorven, overleden. Hij kwam aan het grote kruispunt. Daar wachtte op hem de Heer. En de Heer sprak: kom binnen in het huis dat voor u is bereid, een huis van vrede."
              (De Vlaamse Bisschoppen, 2 november 1997)